Zomaar een dag uit je leven

May 13, 2017

Je wekker gaat, het is vroeg, je moet de afstand Bussum-Hilversum-Zuid overbruggen per fiets. Het is mooi weer. Koningsdag en de vrijheidsvieringen zijn net voorbij en je bent blij met je baan dus, je dag begint.

Je bent nog niet lang onderweg, rijdt op een weg door een natuurgebied langs hockeyvelden, tennisvelden en een golfparcours waar, om de tijd dat jij er fietst, nog niemand, nee geen sterveling, aanwezig is. Het is mooi weer, eindelijk, en je prepareert jezelf op de dag die gaat komen.

Opeens voel je een sterke dreun tegen de achterkant van je fiets en lig je met je buik, je handen, gezicht en de fiets tussen je gespreide benen, languit op het asfalt. Ondertussen zijn je oordopjes uit je oren gevallen. 

In de luttele secondes die ‘tot je zinnen komen’ aan je vraagt, realiseer je je dat er niemand uitstapt om naar je toe te komen. Nee, je hoort een stilstaande auto opnieuw gas geven.

Pijlsnel sta je op van het asfalt en je fiets en stap je opzij. De auto weet je rakelings te ontwijken en rijdt finaal over je fiets. 

Je kijkt vol ongeloof, realiseert het je nauwelijks en ziet dat dat de auto, niet ver van je vandaan opnieuw stil staat en je hoort en ziet de auto in zijn achteruit opnieuw je kant opkomen.

De adrenaline zit tot in je haarwortels. Aan elke vezel in je lichaam voel je dat dit foute boel is. Je probeert te vluchten door in een onmogelijk hek te klimmen wat je niet redt. Gelukkig heb je je telefoon onder handbereik en werken er nog genoeg cellen bovenin om 112 te bellen.

Je krijgt een rustige dame aan de lijn die probeert de situatie duidelijk voor ogen te krijgen. Ondertussen probeer jij je schuil te houden, moet je proberen rustig antwoord te geven terwijl je een auto naar jou ziet zoeken. Je doet wat je kunt maar het voelt alsof je laatste uur, je laatste minuten hebben geslagen. Je bent bang, doodsbang!

De auto weet je niet te vinden en gelukkig werkt 112 en komt er een politieauto waardoor jouw mogelijke moordenaar andere dingen aan zijn hoofd krijgt.

Hij en de politieauto gaan verder in een dollemansrit, zoals het naderhand in de media wordt verwoord.

Daar sta je. Je staat inderdaad nog want de pijn van de verwondingen in je lijf, die had je nog niet in de gaten.

Nog steeds sta je op een punt waar op dat moment van de dag niemand voorbij komt. Het is er oorverdovend stil terwijl jouw leven op zijn kop staat.

Je wilt daar heel snel weg en besluit om verder te gaan lopen. Die fiets, daar is niets van over dus je moet wel lopen. Weg van deze plek, dat is wat je wilt.

Op die doodstille weg met de mooie naam “Gooise Vallei”, die weg waar jij net jouw dood in de ogen hebt gekeken en waar je niet van weet of je agressor nog gaat terugkomen, daar ben jij aan het lopen.

Je komt in bewoonbaar gebied. Dat was al een best een eindje maar je overlevingsdrang duwt je. Je moet, je denkt niet , je doet!

In de bebouwde kom weet de politie je op te vangen.

Je komt in een situatie terecht die in eerste instantie gaat om het in woorden vangen van wat er is gebeurd. Je hoort dat de dader is gepakt en je vraagt om hoe het verder gaat met je vernielde fiets!

Niet wat jou is overkomen, het misdrijf en hoe dat verder gaat is je eerst vraag maar, hoe gaat het nou met mijn fiets die ik niet meer heb? Je hebt hem nodig en geld om een andere te kopen heb je niet!

Kort en krachtig is het antwoord van de politie dat de dader een bekende van hen is en dat er van een kale kip niets te plukken valt.

Je hebt even geen woorden, de pijn in je lijf dient zich aan.

Ziekenhuis is het volgende station. Er moet worden vastgesteld wat je hebt en er moet een onafhankelijk medisch rapport komen wat de dader ten laste kan worden gelegd.

Je laat alles gebeuren, werkt aan alles mee omdat je je realiseert dat dit moet om toch de dader een trap tegen zijn reet te kunnen geven, als dat al gaat gebeuren.

Poging tot doodslag en vernieling wordt hem ten laste gelegd. Hij mag daar, ten hoogste, 3 dagen voor worden vastgehouden. Als de officier van justitie vindt dat de dader nu toch wel, als recidivist, erg gevaarlijk bezig is dan kan dat allemaal langer worden.

Het zal wel. Je voelt aan dat je waarschijnlijk aan het kortste eind gaat trekken want geld noch middelen heb je om je recht goed te kunnen halen.

Slachtofferhulp meldt zich. Of je ze je kunnen helpen. “Nou graag”, is je antwoord. Je zal gebeld worden door hun “buitendienst” die je ook inderdaad bellen. 

Je wordt gebeld en krijgt te horen dat je naar Amsterdam moet komen want bureau Hilversum is gesloten.

“Mevrouw, ik kan nog niet eens een meter lopen. Hoe moet ik dan naar Amsterdam komen”, is je antwoord. 

“Ja, dan moeten we het maar laten voor wat het is want van Amsterdam naar Bussum komen voor ons, dat is echt te ver.”

Je leeft in een land waar geen oorlog heerst. Dit overkomt je op 8 mei, heel kort na onze 4 mei en 5 mei vieringen.

In je hele leven ben je nog nooit zo bang geweest. Bang op een manier die niet overeenkomt met leven in een land waar vrede heerst maar deze angst heeft “vrede”  voor jou in een perspectief ver weg gezet.

Ik hoop niet voorgoed!