Vierenvijftig jaar stof

Vierenvijftig jaar stof

Weet je hoe dat eruit ziet?

Ik wist dat dat ene plekje in mijn moeders huis, dat plekje wat niet vaak bekeken werd, ook leeg gehaald moest worden want ze gaat verhuizen. 

Mijn ouders die in ’64 in dat huis zijn komen wonen, ik die daar als 6e kind mijn intrede deed waarmee wij met 8 personen in een huis gingen wonen wat veel te klein was. Dit huis, dit huurhuis is niet alleen een huis waar je de huur van opzegt maar dat is een geschiedenisplek geworden. Voor mij, mijn broers en zussen en ook de kleinkinderen van mijn ouders die daar veel zijn geweest.

Dan is 54 jaar een beste tijd!

Vandaag was de vliering aan de beurt. 

We hadden het idee dat de woning al aardig leeg was geworden. Mijn moeder was al jaren bezig geweest met weggooien en dat was nodig.

Mijn vader kon niet weggooien en dat hebben we vandaag gemerkt op die vliering. Het is geen grote vliering maar ook dat kun je aardig vullen. 

“Het moet leeg worden opgeleverd” was de boodschap. Zullen we ons vandaag dan maar bezig houden met de vliering? Dan maken we dat ene kamertje leeg en daar zetten we alles wat van die vliering af komt. 

Ik ging de vliering op om aan te leveren.

Daar moet ik iets bij vertellen.

Die vliering, dat is een ruimte boven een een stukje zachtboord met een schuifje. Vroeger had mijn vader daar een keukentrap onder gezet waarbij je na de laatste trede op de bovenkant van de trap moest staan, een grote stap moest zetten en je dan op de donkere vliering stond.  Dat donkere, daar had hij ook iets op gevonden. Een looplamp met snoer. Zodra je het luik opende moest je het snoer in een stopcontact stoppen en had je licht.

Dat snoer, dat hing nog netjes aan wat haakjes aan de binnenkant van dat luik, maar dat was wel vergaan. Mocht je dat in een stopcontact willen steken betekende dat een directe kortsluiting. We hebben het maar zo gelaten.

54 jaar stof is vies. Alles is vies en zit onder het gruis. Er hangen veel grijs/bruine, dikke stofdraden met plukjes onderaan. De ene draad is langer dan de andere en ze maken ook verbinding met elkaar. 

Een ruimte waar je niet rechtop kunt staan, waar weinig licht is en waar je van alles ziet liggen en staan wat weg moet.

Ik heb mijn vader verwenst! Hoe kun je nou dozen bewaren waar andere lege dozen in zitten? Of een kapotte stofzuiger, deel van een bureau, lade’s, lekke rubberboten, een helmtas, koffers vol met boeken of tijdschriften, een klein tafel voetbalspel wat kapot is of je okselkrukken uit 1948?  Waarom bewaar je dat?

Ik heb het allemaal vastgehad. Zo goor en zwart zijn mijn handen nog nooit geweest. Ik voelde heel enge dingetjes in mijn haar en mijn rug heeft ook nog nooit zo aangevoeld. 

Ik kreeg een sterke behoefte aan ‘normaal’. Ik had teveel geschiedenis gezien. Teveel van ‘zal ik het bewaren of ga ik dit weggooien’. Ik zag spelletjes uit een kindertijd, ik zag het spelletje ‘ Electra’, goh, dat ze dat hebben bewaard, want als klein kind had ik het wel eens gezien maar daarna was het verdwenen. Ik zag ook iets wat ik niet kende. Wat is dat dan? Een schep-achtig ding met een onderkant die beweegt, je kunt indrukken en van zink is. Een ontstopper? Heus?

Mijn gedachten en gevoel over hoe mijn lijf aanvoelde, heb ik ‘uit’ gezet. Het moest leeg, het moest weg en dat is gelukt.

En nu verder. Is er interesse in sommige spullen of is het allemaal rijp voor de stort?

Eerst verhuizen en dan weer verder met deze spullen.