Twintig jaar geleden ben ik begonnen je te missen

April 29, 2018

De mededeling kwam en was ik verrast?

Nee!

Technisch gezien kon ik niet verrast zijn maar het deed wel wat met mijn stabilisatie.

Jij was die ‘wondergirl’.

Je kon alles, was sportief, was een sprinter, had je woordje meer dan klaar, had een geweldig figuur en een prachtig wit gebit. 

Eigenlijk was je ‘too much’ om in de gaten te moeten houden en dat gebruikte je. 

Windsurfen. Weet je nog? In de jaren ’80 dat het zijn intrede deed in Nederland? Jij had een surfplank. Dufour.

Ik was misschien een jaar of 10 en je ging me laten ervaren hoe het was om op  zo’n plank te staan.

Je vriendje had een blauwe kever. Hij zat in dienst en jij mocht zijn auto gebruiken. Dat jij je rijbewijs in 1 keer haalde was niet opmerkelijk. Je pa had je al op een kussentje en met ‘bijbesturing’ rijles gegeven. Hij was enorm trost op je.  Dat niet al te grote, enorm potentiële kind van hem. Daar wilde hij wel wat risico voor lopen in die jaren ’70.

Je nam me mee in die Kever naar Zandvoort. Mijn moeder had belegde pannenkoeken meegegeven. Ik voelde me als een prinsesje. Jij zat achter het stuur en vroeg me om het stuur even vast te houden zodat jij je shagje kon draaien. Wat voelde ik me belangrijk op dat moment! Zo belangrijk dat ik me van de rest helemaal niets kan herinneren.

Sportief en snel, dat was je. In alles!

Totdat je een andere kant koos.

Het was nog lang, heel gezellig met je. We hebben veel gelachen. Om de dingen waar je in verzeild raakte. Op Malta. Dat je me smste: ik moet rennen want zijn broer zit met een pistool achter me aan. Je was voor niemand bang en toch was er één die je liever niet onder ogen kwam, en dat was je zelf.

Ons contact is opgehouden te bestaan. We zagen elkaar nog wel eens. Jij zat op de gang, te waken bij pa. Je keek me aan maar wilde me niet meer groeten. Ik zag je nog bij ma, we schrokken ons allemaal kapot, dit kon niet waar zijn.

Je zei: “ik word niet oud. “

Het is je gelukt. 

Dag zus.