Subsidie is censuur

Subsidie is censuur

December 4, 2017

Die keer dat ik onlangs naar een lunchconcert ging in het Muziekcentrum van de Omroep, nam Roland Kieft, directeur van het centrum, de microfoon om het publiek toe te spreken. 

Er was goed nieuws  te melden wat hij graag direct aan het publiek wilde mede delen, de Raad voor Cultuur had zich positief uitgelaten over subsidie voor het Groot Omroep Koor, het koor wat daar op het punt stond om een concert te geven.

Er kwam heel snel een zwaar gevoel over me heen. Ook een beetje boos gevoel. Zo één van “houdt dat nou nooit op?”

Zelf heb ik daar niets meer mee te maken en dat is prettig toch bleef dat andere gevoel zeuren. 

Waarom is het nou nooit genoeg met dat geknaag aan die subsidie’s voor die orkesten en dat koor wat ons land nog rijk is? Kunnen we niet gewoon afspreken dat dit het is en het niet meer minder wordt? Dan kunnen die musici zich gewoon lekker concentreren op dat waar ze voor in het leven zijn geroepen en waar ze goed in zijn.

Ik weet het, voordat je het in de gaten hebt wordt het een oeverloze discussie. En dan die Raad voor Cultuur, een adviesorgaan wat een advies uitbrengt wat doorgaat als een wet van meten en persen (grapje). Een advies waarvan ik meerdere keren heb meegemaakt dat het de marktwerking van een culturele instelling volledig om zeep wist te helpen en dan maar werd opgeheven. Lekker dan!

Filmregisseur Matthijs van Heijningen is er in ieder geval klaar mee en stopt. Hij gaat geen voorschriften overnemen die hem worden opgelegd als hij subsidie wil hebben. Voorschriften over zijn artistieke invulling.

Laatst werd een politicus gevraagd hoe hij dacht over subsidie voor kunst en hoe hij daar tegenover stond. Het antwoord wat hij gaf had ik nog niet eerder gehoord en gaf voor mij wel een extra dimensie aan het eeuwige subsidieverhaal. Subsidie waardoor er nog leven voor je instelling is of dat je, als dit wordt gekort of ingetrokken, op straat staat met alle kunst als een strop rond je nek.

“We zouden van de subsidie af moeten. Subsidie is een vorm van censuur waardoor merendeels dezelfde mensen/groepen die zich houden aan de maatstaven van o.a. de Raad voor Cultuur, deze subsidie weten binnen te halen.”

Zak met geld.

Als ik nadenk over het orkest waarin ik heb gespeeld dan zie ik vooral een orkest wat niet zoveel bijzonders meer doet en waar nog maar weinig speelplezier van afstraalt. Alles kost geld, nieuwe arrangementen, solisten, composities en dirigenten, kortom productiekosten. Geld wat er niet genoeg is dus wordt er terug gegrepen op wat er al was. 

Je ziet het ook bij de andere orkesten. Het klassieke repertoire wordt wat losser gelaten want de zaalbezetting baart grote zorgen. De migrant moet de zaal worden ingetrokken, daar moeten programma’s voor worden gemaakt. De marktwerking wordt leidraad voor de artistieke inhoud.

En, ook zo’n toverwoord, Educatie! Hele educatieprogramma’s worden gemaakt. De orkestmusicus moet de scholen langs en de kinderen in de klas bewerken.

Hou toch op! 

Een orkest is een uitvoerend orgaan voor muziek. Daar zitten musici in die dat bijzondere talent hebben om uitvoerend musicus te zijn. Mensen die de stressbestendigheid hebben, concert na concert om elke keer een hoorbare top prestatie neer te zetten. 

Dan hoor ik iemand van het management van zo’n orkest zeggen dat het educatieprogramma goed loopt. 

Dus hetgeen waar het orkest voor bedoeld is, het geven van concerten, dat loopt niet goed maar omdat je een educatieprogramma hebt, iets wat de verkregen subsidie je voorschrijft, ben je blij?

Je bent aardig bezig jezelf overbodig te maken, denk ik dan.

Overigens heb ik geweigerd om aan het educatieprogramma mee te werken toen ik nog onderdeel van het orkest was. Daar ben ik geen uitvoerend musicus voor geworden. Daar zijn anderen die daarvoor zijn opgeleid, veel beter in dan ik!