Rens heet hij

Rens heet hij

September 27, 2017

Zijn achternaam verdween naar de binnenkant van zijn mond en kon ik dus niet goed verstaan. Ik had in ieder geval zijn voornaam gehoord want ik vind het fijn om iemand zijn naam te onthouden als die zich aan me voorstelt. Ik heb eens gehoord dat daar een trucje voor is als veel mensen aan je worden voorgesteld. Je moet dan in het korte gesprekje wat je vaak met zo’n iemand hebt proberen 10x zijn naam te gebruiken. 

Dat is me nog niet één keer gelukt maar wel lukt het me vaak om iets van de naam te onthouden.

Rens heeft geluk. 

Rens is arts-assistent orthopedie en meldde zich als tweede arts aan het EHBO bed waar mijn moeder op lag. De tweede keer in korte tijd lag ze hier op en ik zag haar daar al opknappen, wat me wel aan het denken zette. Maar dat is iets anders.

De eerste arts was ook een arts-assistent maar dan van de afdeling geriatrie en heette Sophie (of misschien wel Sofie maar dat hoor je niet hè?)

In beide arts-personen zat ik eigenlijk nog naar kinderen te kijken. Hoe oud ben je als je die assistentfunctie gaat vertolken? Zes jaar VWO, dan ben je 18, 8 jaar geneeskunde met specialisatie (?), dat is 26 en dan je co-schappen die je dan de naam arts-assistent geven? En dan ben je nergens blijven zitten en ook niet op MAVO niveau gestart en stug doorgestroomd want dan komen er nog wat jaartjes bij.

Zo zagen ze er niet uit. Ze zagen er als een eind-twintiger uit.

Sophie was een lief ding waarbij het eerste wat in mijn hoofd schoot was waarom je nou geriatrie als specialisatie kiest. Moet ze zelf natuurlijk ook weten en ook maar goed want iemand moet het doen.

Rens was een ander geval. Een lange man, blond haar. Weet je, ik ga het woord gewoon gebruiken want dan heb je hem direct op je vizier. Arisch is de beste omschrijving. Hoogblond van nature, zijscheiding met lok op het voorhoofd, een kak-kapsel.

Hij bralde nog net niet maar je ziet hem zo op vrijdag tijdens zijn studententijd nog in zijn pak met een biertje in zijn handen op straat staan. Druk pratend en gebarend en daarmee tegelijkertijd het bier uit zijn glas schuddend. 

Rens was nu serieus. Hij heeft geleerd dat hij de klant de hand moet schudden en daarbij eerst zijn naam moet noemen en daarna zijn functie. Als er dan nog iemand bij is, zoals ik in dit geval, dan doe je hetzelfde bij die persoon. Dat is al best heel veel praten zonder iets interessants te zeggen. 

Daarna stelde Rens de vraag wat er was gebeurd. Toen was mijn moeder even aan zet.

Rens vertelde wat hij ging doen en dat hij daarna nog even terug zou komen. Het klopte precies want Rens kwam terug en dat was tevens het moment om afscheid te nemen. En dat was het moment wat me aanzette tot deze blog.

Aan dat afscheid zag ik dat Rens nog niet helemaal klaar is met leren. Rens moet nu nog leren om mens te worden. Rens stak namelijk heel beleefd zijn hand uit om die van mijn moeder te schudden, zei gedag en maakte daar de meest idiote frons bij die ik ooit heb gezien. Een frons die menselijkheid en warmte moest uitdrukken als in ‘sterkte’ of ‘beterschap’ maar deze frons zag eruit alsof hij zojuist een slok azijn had genomen. Mijn vader kon dit altijd glashard en direct benoemen dat je er precies het juiste beeld bij kreeg. In dit geval zou hij met zijn Zeeuwse tongval zeggen: “een muzensmoeltje” (vertaling: muizensmoeltje, klein en weggetrokken)

Er gingen op dat moment allerlei vragen door me heen of Rens die frons op andere momenten ook op die manier zou maken.

Nee, Rens heeft nog wat jaren voor de boeg buiten de boeken.

Dag Rens.