Paganini, wat een eikel

Paganini, wat een eikel

April 11, 2017

Een geweldenaar natuurlijk maar tegelijk ook één die de vioolliteratuur heeft opgezadeld met zeer pijnlijke dingen. Pijnlijk op allerlei vlakken maar zeker op fysiek vlak als je niet in het bezit bent van het talent van de man maar zeker zijn handen, zeg maar klauwen.

Enige tijd geleden kreeg ik de vraag of het mogelijk is om op oudere leeftijd nog te leren vioolspelen. Ik overdacht alle aspecten van het vioolspelen in vogelvlucht en kon niets verzinnen waarom dit niet mogelijk zou zijn. Het enige wat ik kan verzinnen is dat het oudere lijf minder soepel is en dit zich dan aandient in allerlei krampjes en pijntjes maar die met even schudden en ontspannen weer overwonnen zijn. Het oudere lijf laat zich iets minder gemakkelijk meer plooien rondom de viool en haar stok.

Het vioolspel heeft maar 4 vingers tot zijn beschikking om alle noten mee te vormen. Dat zijn de vingers 2 tot en met 5 van de linkerhand die gemakshalve 1 tot en met 4 worden genummerd. Iets waar je als kind niet over na denkt, dat is gewoon zo!

Hoe moeilijk kan het zijn? Je zet een vinger op een snaar en hebt een noot te pakken en dat geldt voor 4 vingers. Dat klopt maar met 1 vinger kun je 3 verschillende noten spelen, de hoofdtoon, zijn verlaagde (mol) en verhoogde (kruis) variant en dat ook weer met de overige 3 vingers. Dit let erg nauw en is een groot precisiewerkje tussen vingers en oren. Daarmee maak je dan zo ongeveer alle toonladders, de basis van alle techniek voor de linkerhand.

Daarnaast ga je ook op snelheid en regelmatigheid van die vingers oefenen want “boer daar ligt een kip in het water” wordt al heel snel saai. Je wilt verder.

Daar is enorm veel vioolliteratuur voor gemaakt met oplopende moeilijkheidsgraad. Paganini heeft ons onder anderen zijn 24 caprices voor viool nagelaten. Een prachtige naam voor heel grillige dingen die hij op een viool kon uithalen. Als violist in de maak kun je je borst dus nat maken (en vooral niet je vingers want dan speel je zo door je eelt heen, au!) en het op een pijnlijk en tergend doortastend studeren zetten.

Het schijnt dat de man 3 oktaven (1 oktaaf = 8 noten) met zijn hand in 1 positie kon spelen, zeg maar de Mariah Carey van de viool. Ik heb dat eens nagemeten hoeveel centimeters reikwijdte je tussen je wijsvinger en pink moet kunnen overspannen. Dat is zo’n 19 cm!

Moet je eens proberen hoe lekker dat voelt in je hand en daar zitten die lollige caprices dan vol mee en dat is nog maar 1 grilligheid.

Nu schijnt het dat hij mogelijk het syndroom van Marfan zou hebben gehad, zeer lange vingers gecombineerd met elastisch bindweefsel, iets wat ik zeer zeker niet heb in combinatie met niet al te grote handen. Voor mij reden genoeg om het bij luisteren te houden maar helaas, ik kon me er niet aan onttrekken.

“Als al die Aziaten met hun nog veel kleinere handen het ook ook kunnen, dan moet jij het zeker kunnen met jouw handen.”

Ik heb er nog wel een centimetertje bij weten te rekken maar ik kan je één ding verklappen, tijdens al die jaren orkestspel heb ik het niet meer zó moeilijk gehad. 

Ik houd het bij vol ontzag luisteren en koesteren van wat die vingertjes van mijn linkerhand allemaal wel kunnen. 

Met zulke vingers zou het mij ook wel lukken.