One night in Bangkok

One night in Bangkok

16 januari 2020 1 Door marianne van den heuvel

and the world’s your oyster
The bars are temples but the pearls ain’t free.
(uit de musical Chess)

Eén nacht was het niet, veel tempels heb ik niet bezocht en zoals ik tijdens mijn eerste rondreis hier verteld kreeg, kwaliteit ligt niet op straat. Of met andere woorden, dat wat er op straat wordt aangeboden, verwacht daar niet teveel van.

Een maand aan de Chao Phraya zitten was de wens waar we invulling aan hebben gegeven. Uitzicht op de rivier en alles wat daarop gebeurt overdag en ’s avonds, en dit aan je voorbij zien trekken. Die maand heeft dat beeld goed ingevuld.
Het was een verrassing op zich dat we op de eerste rang zaten om het vuurwerk wat Bangkok afsteekt bij de jaarwisseling recht voor onze neus te kunnen bekijken. Dit vuurwerk kreeg al enkele voorproefjes in de dagen na kerst en ging door totdat op 2 januari iedereen zijn zegje op vuurwerkgebied wel had gedaan.


Thailand heeft twee symphonieorkesten die beide in Bangkok zijn gehuisvest, het Thailand Philharmonic Orchestra en het Bangkok Symphony Orchestra. Dit laatste orkest geeft onder anderen concerten in een park op de zondagmiddag. Bedenk hierbij dat je in het licht aankomt. Je installeert je op een grasveld voor het podium en het concert begint om 18.00 uur wanneer het donker wordt of al is. Voor de temperatuur maakt het niet uit, het blijft warm.
We zijn naar zo’n concert geweest. Een stukje skytrain genomen, enorm omgelopen, redelijk chagrijnig hiervan geworden maar volgehouden en op de plaats van bestemming aangekomen. Na afloop zijn we terug gelopen want dat was korter. Bovendien gaf het ons weer een beetje meer inzicht in hoe de stad is opgebouwd.
Dat is tevens het andere wat we die maand in de stad hebben gedaan. Veel gelopen, gewoon zijstraatjes genomen en gekeken waar we uitkwamen om zo tot de ontdekking te komen hoe die straten zijn verbonden.


Chinatown is fascinerend.

Het is idioot druk, ziet er rood van alle uithangborden en lampions, staat vol met kraampjes met haarfrutsels, sieraden, schoenen en andere tierelantijnen. Daartussendoor staan er karren met kokende potten waar voedsel wordt bereid en aangeboden. In de kleine tussendoorstraatjes gaat dit gewoon door en is het ook normaal dat daar scooters doorheen rijden, en van een auto of ambulance die dit doet moet je ook niet opkijken.
We waren er eens op een zondagmiddag en toen was alles dicht. Dicht, stil en leeg. We keken onze ogen uit want ineens was er meer van de bebouwing en straten te zien.


Aan het eind van de straat waaraan ons appartement lag (lees zeer lange straat) begon Chinatown. Ook zagen we vanaf ons balkon dat daar het centraal station van Bangkok, Hua Lamphong, lag. Dat bracht ons op een ander idee.

De stad Lopburi ligt een kleine 200 km boven Bangkok en staat bekend om zijn apen. Nu we hier toch zaten, het station zelfs in zicht was, leek ons dat een leuk idee om daar met de trein naar toe te gaan. Het was niet de eerste keer dat we de trein in Thailand hebben genomen maar het was wel weer een nieuwe ervaring.
De eerste aap was nog grappig om te zien. Zomaar een aap op straat en ‘hé, daar zit er één onder een auto.’ Vervolgens zag ik er enorm veel in een hek zitten en was het idee wat bij me binnenkwam, zeker ook door de geur die er hing: ‘het lijken wel ratten.’ Ik was klaar met aapjes kijken en na de treinreis terug ook even met de Thai.

De maand is voorbij en heeft ons gebracht wat we wilden hebben. Bangkok blijft zijn fascinatie voor ons houden.