Mis je het?

Mis je het?

November 13, 2016

Mis je het, vroeg ze. 

Ik stond af te rekenen in een winkel en keek even voor me uit en zag mijn oud-collega bij de ingang staan. Ik keek haar kant uit in de verwachting dat ze ook, in haar wacht-modus, mijn kant op zou kijken. Dat deed ze ook en ik stak mijn arm omhoog in een zwaaibeweging. Ik zag haar gezicht in een glimlach veranderen en we liepen naar elkaar toe.

Natuurlijk was het eerste: “hé, hoe is het met je.” Dat was vooral de binnenkomer want ik had zo’n leuk contact met haar gehad in het orkest, zoveel gelachen en we hadden gemeenschappelijke interesses zoals lekker eten onder anderen.

Al snel ging het over het orkest en zei ze: “ik denk dat jij meer werkt dan ik.”

Ik luisterde naar het verhaal wat ze vertelde over het orkest waar ik 25 jaar in heb gewerkt. 

Ze vertelde dat “ze” vooral veel thuis zaten want heel kort gezegd is de subsidie die het orkest nog heeft weten te krijgen, wat in de media is uitgeleefd in termen als “het orkest is gered” net genoeg om de salarissen uit te betalen. Het orkest kan niet produceren want dat kost juist geld en die hoeveelheid geld is er niet.

Ik hoorde het aan en werd overvallen door een weemoedig gevoel.

Voor me stond een violiste voor wie ik enorm veel bewondering heb. Naar wie ik jaren heb geluisterd in de vele solo’s die ze heeft gespeeld en fantastisch mooi heeft gespeeld. Iemand die de andere keus dan de mijne heeft gemaakt. Heeft gekozen om bij het orkest te blijven. Ook omdat ze, in haar eigen woorden, niets anders kan, nog zelfs niet goed genoeg is om onderbroeken te verkopen bij de HEMA, hoewel ik dat erg in twijfel trek maar ok.

Het verhaal over het orkest was eigelijk niet nieuw voor me. Het lag in de lijn der verwachtingen en is iets wat ik met mijn “jan-boeren-violen-verstand” al had bedacht.

Het is ronduit waardeloos om onder die zeer matige omstandigheden je werk te moeten doen en bovendien laat het de minder mooie kanten van mensen naar boven komen, iets waar ik een schurfthekel aan heb en echt niet tegen kan.

Natuurlijk presenteert het orkest zich niet zo naar buiten. Nee,”we zijn lekker bezig” heet het.

Daarnaast zijn er andere orkesten, amateurorkesten, belorkesten die uit dezelfde ruif aan het eten zijn. Ze bieden hetzelfde maar doen het goedkoper en kwaliteit? Ach, wie hoort dat nou en een opdrachtgever zal het een zorg zijn. Die denkt aan de cijfertjes en als die kloppen is hij tevreden.

En daar sta je dan als orkest. Een uniek orkest in de ware zin van het woord. Al die andere professionele orkesten zijn klassieke orkesten. Dit orkest is dat niet en zou alleen daar al om op handen gedragen moeten worden. Er zit een ongelooflijke kwaliteit aan musici in die je ook niet in een ander orkest neer kunt zetten omdat ze over andere kwaliteiten beschikken. En juist dit orkest is in feite vleugellam gemaakt. 

Onwillekeurig gingen mijn gedachten naar oplossingen zoeken. Oplossingen die er niet zijn en er kwam een andere gedachte bij me op.

Waarom proberen we ons toch altijd van de beste kant te laten zien terwijl we bijna kopje onder zijn? Waarom doe je het niet eens andersom?

“We doen wat we kunnen maar dit lukt gewoon niet!” “Ook die prijzen die we winnen voegen helaas niets aan de kas toe.”

Maak strategie van je kwetsbare kant. Onderbouw het met muziek met datgene waar je goed in bent. Zeg hoe ongelooflijk kut het is om thuis te moeten zitten en niets te doen te hebben terwijl je juist wil werken in dat orkest wat zogenaamd is gered.

Gered? Amme hoela!

Toen ik mijn orkestbaan kreeg wist ik dat het bijna onmogelijk is om mijn pensioen te halen in dit vak. Het opheffen of samenvoegen, wat niets anders is dan een voorstation naar opheffing, was ook toen al volop aan de orde. Vier jaar geleden was dat punt voor mij bereikt en zag ik wat er met dit orkest ging gebeuren. Voor mij was het genoeg geweest. Daar zou ik enorm ongelukkig van worden en heb toen mijn besluit genomen. Ondanks de toekomst die ik voor het orkest zag vond ik dat geen gemakkelijke keus. Helemaal niet, maar het leven gaat verder.

Het horen uitgesproken worden van wat ik al had voorzien deed me toch meer pijn dan ik had vermoed.

Ja, dat mis ik. Heel graag!