Jij neemt woorden in de mond die ik niet eens in de hand durf te  nemen

Jij neemt woorden in de mond die ik niet eens in de hand durf te nemen

July 14, 2016

Er is een connectie tussen muziek, eten, drinken en dus horeca in zijn algemeenheid. Hoe die precies in elkaar zit, daar ben ik nog steeds niet achter.

De kroeg zat niet in mijn opvoeding en ook niet in mijn studietijd. Als muziekstudent woonde ik thuis. Daar kon ik studeren zonder buren die er genoeg van kregen. Iets waar ik en mijn ouders ons wel in onze handjes over mochten knijpen overigens.

Ik kreeg eens een aanbieding om een kamer te huren op de Keizersgracht in Amsterdam maar wist bij god niet wat ik daar moest zoeken en zei daar dus nee dankjewel tegen. Mijn zus, die toen al jaren en op mindere locaties dan die gracht woonde, verklaarde me volledig voor gek maar het kwam gewoon niet bij me binnen. Ik zat op dat Conservatorium waar ik mijn vioolstudie deed en woonde thuis. End of story.

Na een voorspeelavond stelde een studiegenoot wel eens voor om naar de  kroeg te gaan.  Het zei me niets. Een drankje drinken deed ik thuis, of niet. Ook toen ik al lang getrouwd, kinderen had en weer gescheiden was. Mijn uitgaansleven was mijn werk. Werk wat ‘s avonds plaats vond, voor de gezelligheid van toehoorders.

Dat is veranderd.

Sinds enige jaren heb ik een “stam” kroeg. Ik ben hierin best trouw. Het valt soms ook tegen maar meestal valt het mee en is het zelfs heel gezellig.

Met het orkestleven heb je te maken met avondwerk. ‘s Middags wordt je naar de locatie toe gereden waar je een repetitie/soundcheck hebt.  Dan is er een pauze waarin gegeten moet worden. Soms is er catering en soms moet je zelf de stad in om je eten ergens te scoren. Het is dan aan jou hoe en wat je wilt eten. Daar staat een kleine vergoeding tegenover en de invulling staat je vrij. Ik ben er nooit aan uit gekomen maar dat had vooral met mezelf te maken.

Mijn zintuigen staan allemaal op een prettige manier op scherp. Dat begon in mijn jeugd met geuren en de bloemen die mijn moeder op vrijdag aan de deur kocht. De geur van anjers vond ik fantastisch maar ook de geur van rozen, seringen of de boerenjasmijn die bij de buren in de tuin stond en die op een zomeravond via het open raam mijn slaapkamer binnenkwam. Het was een wereld op zich voor me. 

Dat gezin met 6 kinderen waar ik de jongste was vond ik bere gezellig. Drukte, warmte en de aanwezigheid van al die persoonlijkheden. Ik luisterde, keek en genoot.

Mijn moeder die voor de eerste keer spaghetti bolognese maakte in de jaren ’70. Verrukkelijk vond ik dat. De geur tijdens de bereiding en het vorderen van het gerecht liet het water in mijn mond lopen. 

Mijn vader die een LP had van alle ouverture’s van Wagner opera’s. Ik was totaal in de ban van de ouverture van Tannhäuser. Aangeslagen en stil werd ik daar van.

Ik kan echt wel zeggen dat ik gevoelig ben voor sferen.

De humor die veel muzikanten eigen is, is ook de mijne. Laatst kwam het weer ter sprake dat muzikanten een bijzonder slag mensen is. Ik weet het niet, ik zal het niet beamen en ook het tegendeel niet beweren. Wel vind ik er veel van terug in de kroeg.

De kroegbaas van “mijn” kroeg heeft een geweldig gevoel voor goede muziek. Ik ben er soms sprakeloos van en zit met enorm plezier aan mijn drankje naar zijn muziekkeus te luisteren. Laatst had ik er afgesproken met een oud-collega die me attendeerde op een tango die langskwam en die hij met zijn tango-orkest speelt. 

Natuurlijk loopt er van allerlei pluimage in een kroeg rond, ook in deze zeer kleine en plaatselijke kroeg. Ik verbaas me over de creativiteit van sommige kroeggasten zoals die ene van wie de uitspraak is die bovenaan deze tekst staan. Het komt moeiteloos zijn mond uit. Hij schudt ze uit z’n mouw en is daar erg vermakelijk in. In geen enkele zin heeft het iets met verheffen van zijn ego te maken. Hij houdt van een lolletje en zegt” tureluurlijk! Hij zoent zijn vriendin die knalrode lippenstift op heeft wat daarna rond zijn mond zit waar hij totaal niet wakker van ligt. Snel van de tongriem  gesneden noemen ze dat. Iets wat ik bij veel collega’s ook heb meegemaakt.

Het maakt mij niet uit. De humor is dezelfde als die ik al die jaren in mijn orkest om de oren kreeg. Met de eerste “gore” mop nog voor tienen. Lachen is gezond.

Om daar dan ook maar mee af te sluiten en dan voor de verandering eens geen gore mop:

Trix en Claus (ja het is al even geleden) liggen net in bed en Trix zegt tegen Claus: “Zeg schat, ik heb toch zo’n trek in een bitterbal.”

“Aber Liebchen” zegt Claus, “Die bedienung ligt toch al op bed of ies al naar hause”

Trix, zoals ze is, dringt nog wat verder aan en krijgt Claus zo ver dat hij het bed uitgaat en de frituurpan in de keuken gaat aanzetten.

Trix wacht verwachtingsvol in bed maar begint na 20 minuten toch wat ongeduldig te worden. Ze wacht nog 10 minuten maar dan is de maat toch echt vol en wil ze weten wat die Claus nou toch allemaal uitspookt in de keuken. Ze gaat het bed uit met haar krulspelden in en duster aan en loopt op de trap af. Net als ze naar beneden wil gaan ziet ze Claus onderaan de trap met een schaal enorme hoeveelheid bitterballen omhoog komen.

“Maar Claus, schatje, ik vroeg toch maar om een paar bitterballetjes?”

“Dat weet iek liebchen, maar iek bien nog niet oben”.