In mij geen Florence Nightingale

In mij geen Florence Nightingale

June 24, 2017

Mijn vader zei het vroeger wel eens, dat er een kleine Florence Nightingale in me zat. Daar heeft hij de plank toch volledig mee mis geslagen. 

Florence Nightingale

Dat ik de kwaliteiten van die dame niet bij me draag wil overigens niet zeggen dat ik geen hulpverstrekkende hand uitsteek. Zeker nu mijn taakomschrijving als mantelzorger is uitgebreid waarbij van emolumenten geen sprake is natuurlijk.

Ik ben erg van de zelfredzaamheid. Niet zeiken, gewoon doen. En van ge-pamper houd ik al helemaal niet. Hou op zeg. Die krengen zijn duur genoeg dus daar moet je iemand in de persoon van een klein kind snel van af helpen. Even tussendoor. Weet je dat er kinderen naar de basisschool tegenwoordig gaan die nog niet zindelijk zijn? VIER JAAR EN NIET ZINDELIJK. En maar poepen en piesen in die broek. Een zeikerd in de dop dus!

Dat ik die zelfredzaamheid niet van een vreemde heb blijkt nu mijn moeder (91) herstellende van een heupbreuk, sinds een week in een revalidatiecentrum is/zit/loopt en ligt. Eén andere dame op de kamer met wie ze die moet delen. 

Mijn moeder ziet erg slecht wat je niet aan haar ziet. Ze draagt gewoon een bril en kijkt je aan waardoor mensen het gevoel krijgen dat ze gezien en herkend worden. Vergeet het maar, daar gebruikt mijn ma andere zintuigen voor. Ik ben dus degene die altijd zegt: “mijn moeder heeft HEEL SLECHTE ogen hoor!”, dat u het weet. Waar ma dan weer aan toevoegt: ” ja, ik zie net iets meer dan een blinde” en dan mag ik hopen dat het wordt onthouden en zich rond spreekt onder de verpleging en anders herhalen we het nog wel eens.

Mijn moeder heeft een HEEL DUNNE huid. “Ja mevrouw dat zien we wel. Dat is een bekend verschijnsel bij oudere mensen hoor. U heeft een echt ‘oude mensen’ huid.”

Ma laat het hier meestal bij en vertrouwt er op dat ze dan voorzichtig met haar haar huid zijn.

Ik niet!

Daar begint mijn taak als mantelzorger en zeg ik heel nadrukkelijk zodat ik maar als zeikerd onthouden mag worden, als het mijn moeder maar ten goede mag komen: “Nee, mijn moeder heeft een EXTREEM DUNNE huid vanwege de prednison die zij slikt. Een ‘oude mensen pleister’ trekt bij haar de huid er af. Een kous langs haar been optrekken is al in staat om de huid mee te nemen”. 

En wat gebeurd er, nog wel in het ziekenhuis ook? Ze zijn iets te ruw met haar been anders neerleggen en de volgende dag zie ik dat mijn moeder een verbandje rijker is. Een verband tegen een wond wat natuurlijk lekker gaat plakken etc. etc. etc.

“Wat heb je daar mam?”

Woest ben ik dan en in staat om iemand uit zijn vel te stropen, grrrrr. Alle duizend bommen en granaten varianten komen dan voorbij.

Mijn moeder is een kranige vrouw die nooit zeikt, nooit!  Ze heeft een hoge pijngrens en weet waar ze doorheen moet om te komen waar ze naar toe wil. 91 of niet, dat is dan ook wat ze doet. 

Gisteren was ik bij haar en met het fijnbesnaarde zenuwenstelsel wat mijn sturing door de dagen heen is, kwam daar gisteren wel wat veel realiteit op binnen.

Ik zat naast haar bed en de deur van haar kamer stond open. Er kwam een dame uit een aangrenzende kamer voorbij. Dat wil zeggen, ik zag een been in verband, recht naar voren uitstekend voorbij komen waar iemand in een rolstoel aan vast zat. De dame stak recht over naar de wc met brede schuifdeur. Op haar korte weg daar naar toe stak ze haar hand op naar de kamer waarin wij zaten. Mijn moeder had al kennis met haar gemaakt wist een heel verhaal over haar te vertellen. 

Ik hoorde vervolgens een enorme scheet de stilte in knallen. Zo’n beetje blubber scheet waar misschien nog iets achter aan valt wat ik met een plons verwachte te horen vallen. Ik schakelde mezelf zoveel mogelijk uit maar realiseerde me hoe dicht we bij die wc zaten, hoe weinig privacy je daar dus hebt en verwachte een walgelijke geur binnenkort te gaan ruiken. Iets waar ik echt niet op zat te wachten. De geur bleef gelukkig achterwege. Na gedane zaken begaf mevrouw zich weer op de terugweg.

Vervolgens kwam de dame, met wie mam de kamer deelt, als een kievit aanlopen. Deze dame had duidelijk haar heup niet gebroken. Nee, zij had andere dingen gebroken. Een mevrouw van eind 70, een hoor-handicap en haar onderarmen op een hoge rollator. Ik wist niet eens dat die dingen zo hoog konden. 

Ook deze dame vervoegde zich naar het toilet. Na haar gedane zaken ging de deur weer open. Deze keer geen klapscheet maar dan wel de geur. Niet die van een scheet maar van onvervalste urine. Getver! Daar krijg ik toch wel een beeld bij naar iemand toe. Nou ja, de dame was erg blij want haar tijd in het centrum zat er op. Ze mocht maandag naar huis en telde haar laatste uurtjes af. Het was haar aan te zien en ik vergaf haar de geur die ze verspreide.

Mijn moeder heeft een heel scherp reukorgaan maar zei niets. Geen zeikerd!

Vervolgens hoorde ik een raar geluid op de gang. Het deed me in eerste instantie denken aan dronkemans-gelal. Mijn gesprek met mijn moeder werd er niet door gehinderd maar mijn oren spitsten zich toch wel naar dit gelal wat dat niet bleek te zijn.

Ineens herkende ik woorden in het geheel.

“Help, help, is er dan helemaal niemand hier?”

Ik kon uit het stemgeluid niet opmaken of het hier om een man of een vrouw ging. 

“Zal ik even gaan kijken ma?”

“Nee hoor, er komt zo wel iemand. Ze zijn al een plaatsje voor die man aan het zoeken in Blaricum. Hij schijnt ‘de weg’ een beetje kwijt te zijn. Dit heeft hij meerdere keren per dag!”

Het centrum waar mijn moeder verblijft schijnt het beste in de omgeving te zijn, zo werd me gezegd. Het is zwaar onderbezet op verplegers-niveau. Heeft voor de avond/nacht 1 verpleger rondlopen voor minstens 12 oude, hulpbehoevenden. Je zou er spontaan vrijwilliger voor worden maar nee, echt nee, er zit geen Florence in me. 

Mantelzorger, ok, tot daar aan toe!