Ik heb mijn toonsoorten op afroep staan

Ik heb mijn toonsoorten op afroep staan

July 6, 2017

Aan het begin van mijn studie werd ik ‘veroordeeld’ tot het samenspelen, me laten begeleiden op piano door een zeer strenge pianiste. Repertoirestudie heet zo’n vak en daar heb je pianisten voor nodig die de orkestpartijen dan spelen zodat je als solist het totaalplaatje hebt. 

Deze mevrouw deed dit vak en haar zuster ook. Dat was een lieverd, dat zag je al aan haar gezicht. Ik had die andere. Die waarbij leerlingen wegliepen. Heel gedegen en heel goed maar ook heel streng.

Op een gegeven moment kreeg ik ook pianoles van haar. Dertig minuten pianoles en veertig minuten repertoire begeleiding door haar. Ik ging daar met zware buikpijn naar toe. Mocht precies vijf minuten voor tijd pas binnen komen. Niet eerder en al helemaal niet later. In beide gevallen kreeg ik dan de wind van voren.

Het was niet de leukste tijd maar op een gegeven moment konden we toch wel met elkaar door een deur. Ze zag dat ik elke les mijn uiterste beste deed en kon ook wel lachen als ik hardop nadacht en dingen zei als: “Wacht effe hoor” als ik moest nadenken waar ik mijn vingers kwijt kon op die pianotoetsen. Met humor antwoordde ze dan: “Wel met twee woorden blijven spreken hè!”

Een mevrouw met een ongelooflijk stom kapsel, thermosje thee bij zich en 1 stroopwafel in 4 stukjes gesneden, voor de hele dag. Haar muziek stopte ze in een boodschappenkarretje zodat ze haar handen kon sparen in het tillen van een zware tas. Het zag er allemaal niet uit maar gelijk had ze wel en heel goed was ze ook.

In de tijd dat we goed met elkaar overweg konden, speelde ze eens het intro van het 4e vioolconcert van Mozart waartoe ik verbannen was, ik kwam maar niet af van dat concert en begon er behoorlijk de schurft aan te krijgen. Die hele intro, die je in de sfeer moet brengen reduceerde ze tot: tralalalala, tralalalala, la-lala! en dan was het mijn beurt om in te zetten want het ging niet om haar maar om mij was haar antwoord hierop. Weer had ze gelijk!

Bij één van die keren speelde ze het in de verkeerde toonsoort. Ik dacht dat ze een grapje maakte en zette in die toonsoort ook mijn partij in en zo speelden we verder. Na niet al te lange tijd stopte ze, want hier ging het natuurlijk niet om en zei: “kun je dat zomaar? Vind je dat niet moeilijk?”

Moeilijk? Nee hoor. Komt er een mol bij dan schuif ik mijn desbetreffende vinger als van nature mee omlaag en komt er een kruisje bij dan doen we datzelfde maar dan omhoog en de melodie blijft de melodie. 

“Dat is heel bijzonder hoor, dat je dat kunt. Weet je lerares dat?” 

Natuurlijk wist die dat niet want wanneer komt dat nou voor dat je zelf iets in een andere, op dat moment de verkeerde, toonsoort gaat spelen. Daar scoor je geen punten over het algemeen mee.

Die toonsoorten die zitten in mijn gehoor en in mijn vingers maar niet tussen mijn oren. Die kwintencirkel heeft mij de pianojuf laten leren. De majeur en mineur toonsoorten met al hun kruizen en mollen. Welke kruizen en mollen voor welke tonen golden dat was al gesneden koek voor me. Dat daar een systeem achter zat, dat was nieuw voor me en het nut van deze kennis ontging me nogal. Sterker nog, wil je dat ik blokker moet je me zo’n plaatje voorzetten, daar word ik bang van. Het lijkt wel algebra, iets waar ik totaal niets mee heb.

Kwintencirkel

Wel was ik er achter dat ik het maar snel uit mijn hoofd kon leren om deze zogenaamde kennis te kunnen oplepelen want dan leek het net alsof je wist waarover het ging en werd er niet verder doorgevraagd. En dat geheugen, dat is gelukkig sterk ontwikkeld. Scheelt enorm veel leren, gewoon onthouden.

Nu dienen die muzikale oren me meer dan enige kennis over toonsoorten en zijn de woorden die mijn pianojuf uitsprak me nog wel eens te binnen geschoten en heb ik moeten vaststellen dat het inderdaad bijzonder is.

Ik kan namelijk met het grootste gemak een melodie na spelen. Het maakt niet uit of het klassieke melodie of popsong is. Horen, opslaan en reproduceren en mijn vingers vallen als vanzelf op de juiste plek. Moet je een willekeurige violist eens vragen, kun je lachen kwam ik later achter.

Zelf vind ik het meest bijzondere hieraan dat die vingers van mijn linkerhand zo getraind zijn dat de vingertop bijna voelt of hij zuiver op zijn plek gaat vallen op de snaar. Aangestuurd door de oren natuurlijk maar niet omwille van techniek maar vanwege de behoefte om me met muziek bezig te kunnen houden.

De kwintencirkel? Het zal allemaal wel, als mijn oren het maar blijven doen.