De oude meesters

De oude meesters

December 7, 2017

Als je die viool enigszins serieus begint te hanteren krijg je andere stukken op om in te studeren. Dat loopt volgens een vast plan. Je leraar geeft je zijn partij mee en daar moet je in jouw, nieuwe partij de vingerzetting en de streken in overnemen. Precies maar dan echt precies zoals het in zijn partij staat.

Dat is geen leuk werkje. Ik heb er nooit een snellere of effectievere manier voor gevonden. Het is ook niet zo dat er in jouw nieuwe partij alleen maar noten staan. Nee daar staan al streken en vingerzettingen in. Daar moet je dus in gaan strepen en voordat je het weet wordt het een onoverzichtelijke jan-boel in zo’n partij.

vioolpartituur waar je streken en vingerzettingen in moet zetten.

Klein stukje uitleg over streken en vingerzetting want, is dat dan zo belangrijk? Ja, dat is heel belangrijk!

De linkerhand heeft de beschikking over 4 vingers waarmee de toonhoogtes worden gemaakt. De rechterhand houdt de strijkstok vast. Alles wat je met die stok doet kun je vergelijken met je adem. Die stok maakt hoorbaar wat je met je linkerhand aan het uitspoken bent. En linkshandig of rechtshandig ,het maakt niet uit, je moet zorgen dat het fatsoenlijk gaat klinken.

Veel vioolconcerten en ook wel andere muziek is door componisten gemaakt met een goede violist in gedachten of zelfs voor hen gemaakt. En er zijn al heel wat goede violisten geweest die ook geweldige vioolmethodes hebben nagelaten. Veel van deze violisten hebben muziek betekend met streken en vingerzettingen voor de uitgevers van de bladmuziek. Als je die zou volgen krijg je een heel mooie handreiking van hoe het het best gespeeld kan worden.

Wat deze geweldige violisten kunnen doorgeven zijn de handigheidjes die zij zich eigen hebben gemaakt. Hoe kan ik het zo simpel mogelijk maken voor die handen dat ze het zo goed mogelijk en vooral ook lang mogelijk kunnen volhouden en het zo goed mogelijk klinkt. 

Dat is toch logisch zou je kunnen denken maar zo logisch is dat niet. 

Vergelijk jouw handen maar eens met die van iemand anders of wat dacht je van het verschil tussen een mannenhand en vrouwenhand. Of kijk eens naar het lengteverschil tussen je vingers. Er zijn bijvoorbeeld mensen bij wie de middelvinger een stuk langer is.

Dat zijn allemaal dingen die er toe doen wil je lekker uit de ‘vingers’ kunnen op je viool en dat jou die vingerzetting lekkerder ligt en een ander daar totaal mee in de knoop komt. Dat is heel gewoon.

Ik heb dus jarenlang de mij opgedragen vingerzetting en streken gestudeerd en over het algemeen kloppen die goed. Die werken heel goed in een solo-situatie maar in orkestpartijen gebruik je andere vingerzettingen. Vingerzettingen die handiger zijn in een ‘snel-werken’ situatie.

Met de tijd die ik nu weer heb ben ik wat aan het grasduinen tussen mijn oude stukken. Ik merk dat mijn vingers meer geneigd zijn om andere vingerzettingen te gebruiken waardoor ik eens met andere ogen naar die muziek ben gaan kijken.

Wat staat er eigenlijk gedrukt in de partij? Die ‘nieuwe’ vingerzetting vergelijk ik dan met wat ik gewend was te doen en ik moet zeggen dat ze meestal beter zijn. Ik heb de tijd om hier over na te denken waarom er voor die vinger is gekozen om die noot mee te spelen. 

Nog even iets dieper, blijf er nog even bij.

Kijk eens naar het verschil in dikte van je vingertoppen (linkerhand alleen). Een dikkere vingertop geeft een warmere klank dan een heel dunne. Toch mag je daar geen verschil in horen.

Trommel eens met die vier vingers op een tafel. Waarschijnlijk merk je dat de ene vinger dit gemakkelijker afgaat dan de andere, dat de ene vinger sterker en soepeler is dan een andere. Ook dit mag op je viool niet hoorbaar zijn. Het moet allemaal precies dezelfde druk en snelheid hebben. Je mag niet horen met welke vinger je die noot speelt. Dat is studeren en luisteren op de tiende milimeter om het maar eens zo te noemen.

Maar dan is die linkerhand toch moeilijker dan de rechterhand?

Vergeet het maar.

Je hebt weliswaar met rechts alleen die stok vast  maar de hele drukverhouding van die stok moet worden verdeeld over al die vingers. Zo kun je door meer druk in je middelvinger te leggen een betere balans krijgen die voor een bepaalde streek weer heel goed uitkomt.

Een gedoe is het en het enige wat je kunt doen is………studeren.

Maar wel met heel, heel veel voldoening aan het eind als je dat allemaal is gelukt en er een mooi stukje muziek klinkt.

Geweldig toch dat je je lichaam dit soort dingen kunt leren?

 Joseph Joachim 1831- 1907. Duitse violist van Hongaarse komaf, wonderkind. Vioolles gehad van Felix Mendelssohn (!). Een vriend van Brahms die bij hem te rade ging bij het schrijven van zijn vioolconcert. Brahms raakte gefascineerd dor Hongaarse muziek door Joachim.

Joachim was een geweldige pedagoog van wie heel veel goede violisten les hebben gehad.